Synoptische beoordeling weermodellen

Hoe staat de atmosfeer ervoor? Tweemaal per dag beoordelen KNMI-meteorologen de weermodellen in deze synoptische analyse - de analyse van de huidige toestand van de atmosfeer - en ze kijken naar wat de modellen zeggen over de nabije toekomst.

Korte termijn tot +48 uur | Meerdaagse modelbeoordeling
 



Modellen algemene beoordeling tot +48 uur
Uitgifte: 22/01/2026 16.24 uur LT
Guidance modelbeoordeling voor Nederland, de Nederlandse kustwateren en de Noordzee, gebaseerd op de HIRLAM run van 12 UTC en de overige genoemde modellen en gidsen met bijbehorende runtijd.


Synoptische situatie
Een NNW-ZZO georiënteerde zone van lage druk die zich over Ierland naar Bretagne uitstrekt houdt een zuidoostelijke stroming in stand boven onze omgeving. Hiermee wordt in de noordelijk helft koude lucht aangevoerd. In het zuiden is de lucht beduidend minder koud. Een NW-ZO georiënteerde zwakke occlusie ligt over het zuidwesten. De occlusie trekt langzaam noordoostwaarts waar het gaat opglijden over de koude grenslaag in het noorden. Op geringe hoogte trekt het front verder en verlaat het noordoosten vrijdagochtend waarna het boven het uiterste noordoosten van de FIR verder oplost. Hierachter loopt, met name boven het westen van de FIR en Engeland een trog noordwaarts. Vrijdagochtend bereikt een actief laag Bretagne, dit trekt op zaterdag langzaam opvullend richting Ierland. Het bijbehorende geoccludeerde front bereikt later vrijdagmiddag het zuidwesten. Deze occlusie trekt naar het noordoosten en wordt daar vrijwel stationair in de nacht naar zaterdag en zaterdagochtend.

Modelbeoordeling
Bij de eerste occlusie valt plaatselijk wat lichte regen of motregen, vanavond laat en komende nacht in het noorden onderkoeld raakt en overgaat in ijzel. De onzekerheid zit niet zozeer in het onderkoeld raken maar veel meer in de hoeveelheid neerslag. EC ggeft de laatste runs maar heel weinig neerslag, Ha43 iets meer maar is de laatste runs ook wel minder geworden. De activiteit van het front is dus zeer gering. Voor gladheid heb je echter maar weinig neerslag nodig en mogelijk dat het opglijdingsproces enigszins onderschat wordt. Vandaar een code oranje voor het noorden. In de de kop van Noord-Holland, Flevoland (Noordoostpolder), Overijssel en het noorden van Gelderland is mogelijk ook nog enige gladheid mogelijk . Hier is het de vraag of de wegtdekemperaturen onder nul zijn. Voor de genoemde gebieden geldt code geel. De occlusie trekt op geringe hoogte wel door en verlaat waardoor het waarschijnlijk weer droog wordt. Gladheid blijft dan nog wel mogelijk omdat de (wegdek)temperaturen nog wat tijd nodig hebben om boven nul te komen. Na passage van de occlusie zien we in Har43 met name in het (noord)westen op uitgebreide schaal St en met name boven zee ook nevel (zeer lage basis). In de EC wolkenplaatjes zien we dit veel minder uitgebreid, maar in de progtemps (en TAFG) zien we ook een indicatie voor St boven het westen en noorden van het land. Het zuidoosten profiteert van doormenging door lijwerking van de heuvels stroomopwaarts waardoor de kansen daar erg klein zijn. Bij de tweede occlusie is er op zaterdag in het noordoosten weer een heel scala aan winterse neerslag mogelijk. Waarschijnlijk valt het meeste wel als lichte (natte) sneeuw, maar een smalle overgangszone met ijzel/ijsregen is ook mogelijk. De activiteit van het front is ook dan weer zeer gering. In de middag zien we op nadering van een kortgolvige hoogtetrog het front activeren.

Aandachtspunten
Wind
In de kustdistricten in de noordelijke helft 6 Bft, in het noorden 7 Bft en in het uiterste noorden van de FIR 8 Bft. Hierin komt in het noorden niet zo veel verandering, elders neemt de wind wat af.

Zicht
Goed zicht, doorstaande wind en droge lucht. Boven het (zuid)westen van de FIR is er na passage van de eerste occlusie op vrijdag kans op nevel, kleine kans op mist door wolkenbasis aan de grond.

Temperatuur
Groot verschil tussen noordoost en zuidwest. Har43 is iets trager met het oplopen van de temperatuur bij de occlusie. EC is hiermee realistischer waarschijnlijk.

Bewolking
In het noorden van de FIR Sc uit het Oostzeegebied, basis (net) boven 1000 vt, maar stroomopwaarts meest rond de 1500 vt. Bij en achter de eerste occlusie op donderdagavond en vrijdag in het westen in toenemende mate St, in het uiterste (zuid)westen mogelijk met een basis dichtbij de grond. Hierbij volgen we Har43, zie modelbeoordeling. Bij de trog is boven zee in het westen van de FIR een enkele TCu mogelijk, toppen beneden FL100. Bij de volgende occlusie in eerste instantie vooral Sc/Ac bewolking. Pas in de nacht naar zaterdag zien we dat Ha43 meer en meer St gaat geven als het front stagneert boven het noordoosten.

Neerslag
Bij de eerste occlusie plaatselijk lichte regen of motregen, in het noorden en oosten onderkoeld, dus ijzel. de neerslag, zie modelbeoordeling. Bij de trog is boven zee in het westen van de FIR een enkele lichte bui mogelijk. Bij de tweede occlusie vrijdagavond en zaterdag eerst plaatselijk lichte regen of motregen, in het noordoosten op zaterdag weer kans op winterse neerslag.

geldig tot vrijdag 23 januari 2026 24.00 locale tijd



 

Guidance meerdaagse
Uitgifte: 22/01/2026 03.01 uur LT
Beoordeling lange termijn door meteoroloog


Synoptische ontwikkeling
Een krachtig hoog ligt vrijwel stationair boven Noord-Rusland met een uitloper boven Scandinavië. Een NW-ZO georiënteerde gordel van lage druk bevindt zich daarbij boven uit uiterste (zuid)westen van Europa en boven het Middellandse Zeegebied. Met een oost- tot zuidoostelijke stroming wordt in het noorden koude lucht aangevoerd, terwijl het in het zuiden beduidend zachter is. Een zwakke occlusie trekt zaterdag over het land naar het noordoosten, om daar vrijwel stationair te worden. In de operationele run, en een minderheid van het ensemble, loopt hierop een hoogtetrog in waardoor dit front enigszins activeert. Op zondag lost deze occlusie (verder) op. Een Arctisch hoog breidt zich naar de Noorse Zee uit, met een rug boven de Noordzee. Hierdoor wordt de stroming zwak oost- tot noordoostelijk en komen we in het hele land in de koude lucht terecht. Een laag boven Italië trekt begin volgende week over het oosten van Europa noordwaarts naar de Oostzee. Tegelijkertijd trekken lagedrukgebieden vanaf de Atlantische Oceaan over Frankrijk het Middellandse Zeegebied in. In de tweede helft van volgende week komt het westen van Europa hierdoor waarschijnlijk onder een grootschalige (vlakke) trog te liggen, waarbij het sturende laag meest ten zuiden van ons komt te liggen. In ongeveer de helft van de leden blijven we meer onder invloed van het Arctische hoog en trekken de lagedrukgebieden zuidelijker langs. Zo'n zuidelijke straalstroom met hierbij een hoogtetrog nabij onze omgeving (koude bovenlucht) en lagedrukgebieden die ten zuiden van ons oostwaarts trekken lijkt ook in februari het meest waarschijnlijke scenario.

Modelbeoordeling en onzekerheden
De winterse neerslagsoort (lichte sneeuw, mogelijk ijzel) op de occlusie op zaterdag in het noordoosten is een aandachtspunt. In eerdere runs werd de winterse neerslag vooral boven het midden en zuiden berekend. De operationele run berekent in het noordoosten ca. 3-5 cm sneeuw. In het eps zien we echter nog een meerderheid van de leden die helemaal geen neerslag berekenen, de kans op meer dan 3 mm (waterequivalent) aan sneeuw is minder dan 20%. Dit komt door de interactie van het front met de hoogtetrog die boven ons land plaatsvindt. De temperatuurverschillen tussen noord en zuid nemen vanaf zondag snel af. Overdag lijkt de temperatuur net iets boven nul uit te komen met in de nachten overwegend lichte vorst. Dit komt doordat er vrij veel bewolking wordt berekend (aanvoer vanuit de Oostzee, en later in de week het opnieuw opdringen van zwakke storingen vanaf de Atlantische Oceaan). Hierbij blijft het overwegend droog, al is wat lichte (natte) sneeuw niet uitgesloten (ca. 10-30% dagelijks). Vanaf volgende week donderdag neemt de kans op licht wisselvallig weer toe. Hierbij is de kans ongeveer 30% dat de temperatuur rond of boven normaal uitkomt. De kans op neerslag neemt toe naar ca. 50%, en is er ongeveer 20-30% kans dat dit als winterse neerslag valt. Vanaf zondag 1 februari nemen de kansen op neerslag iets af naar ca. 30% en de kans op beneden normale temperaturen toe naar ca. 60-70% doordat we ten noorden van de straalstroom te maken krijgen met een aflandige stroming en meer invloed van hogedruk boven Scandinavië.

Samenvatting meerdaagse-periode
Van het noordoosten uit een overgang naar een licht winters weertype met veel bewolking en op zaterdag met name in het noordoosten kans op gladheid door winterse neerslag. Vanaf zondag overdag maximumtemperaturen net boven het vriespunt en in de nachten meest lichte vorst. Het is overwegend droog met dagelijks een kleine kans op lichte (natte) sneeuw. Verder is er vrij veel bewolking.

Samenvatting EPS-periode
Onzekere verwachting. Een toenemende kans op licht wisselvallig weer met ca. 50% kans op neerslag. De kans op winterse neerslag is daarbij 10-30%. Waarschijnlijk blijven de temperaturen beneden normaal. Er is ongeveer 30% kans op temperaturen boven normaal. Vanaf zondag 1 februari neemt de wisselvalligheid af en neemt de kans op winters weer met temperaturen beneden normaal toe naar 60-70%.

Geldig van zaterdag 24 januari tot donderdag 05 februari

 

 

Over Windverwachting Nederland

Windverwachting.nl is de meest complete bron van betrouwbare windverwachtingen en actuele windmetingen voor heel Nederland, op basis van KNMI weerrapporten en modelgegevens, tot 10 dagen vooruit.

Zie ook onze app Het Weer in Nederland. Heb je suggesties of wil je data gebruiken? Laat het even weten, we horen graag van je!
 

Meer weten?
Surfcheck / Windverwachting.nl
Rijn en Schiekade 115 F
2311 AS Leiden
(+31) 071-2032041
Kvk: 61380431

post@windverwachting.nl

Download Het Weer in Nederland

Waterkaart Live, app op de iPad
 
Download Het Weer in Nederland, de app voor Android   Download Het Weer in Nederland, de app voor iPhone en iPad